- Home
- Leaseofferte
- Producten
- Klantenservice
- Actueel
- Over ons
- Contact
Klantenservice
Wet & Fiscus



Of er sprake is van een bestelauto in de fiscale betekenis van het woord, is afhankelijk van het type auto en de wijze van inrichting. In de wandelgangen is er dan sprake van een auto met een 'grijs kenteken'. Ook voor auto's met een grijs kenteken gelden in principe de normale regels voor de bijtelling.
Hiervan zijn uitgezonderd de bestelauto's die (nagenoeg) uitsluitend geschikt zijn voor goederenvervoer. Rijdt een werknemer in zo'n bestelauto dan is de bijtelling 0%. De bestelauto's die hiervoor in aanmerking komen, hebben in principe uitsluitend een stoel voor de chauffeur zelf. Er is dus geen passagierstoel aanwezig en geen tweede zitrij om passagiers mee te nemen. Het weghalen van de passagierstoel alleen is niet voldoende om de bestelauto te kunnen aanmerken als een bestelauto die uitsluitend geschikt is voor goederenvervoer. De bevestigingspunten van die stoel zullen ook verwijderd of dichtgelast moeten worden. Op dit moment loopt er nog een procedure over de vraag naar de exacte reikwijdte van deze bepaling. Niet uitgesloten is dat binnenkort blijkt dat deze regeling op meer bestelauto's van toepassing zal zijn, mits de bestelauto voorzien is van specifieke inrichting.
De bestuurder hoeft in deze situatie geen kilometeradministratie bij te houden. Door het (vrijwel) uitsluitend geschikt zijn van de bestelauto voor goederenvervoer wordt er vanuit gegaan dat de bestelauto in de praktijk niet voor privé-doeleinden wordt gebruikt.
Regelmatig komen werkgevers met hun werknemers overeen dat de werknemer een eigen bijdrage aan de werkgever moet betalen voor het privé-gebruik van de auto. Een dergelijke vergoeding kan zowel een vast bedrag per maand als een bedrag per gereden privé-kilometer betreffen.
Beide soorten bijdragen voor privé-gebruik zijn aftrekbaar van de bijtelling.
Naast een vergoeding voor privé-kilometers kan het voorkomen dat een werknemer om privé-redenen een duurdere auto wil rijden dan de binnen het bedrijf geldende autoregeling toestaat en dat hiervoor een vergoeding moet worden betaald aan de werkgever. Mits dit als vergoeding voor privé-gebruik wordt gekwalificeerd in de autoregeling of aanvullende arbeidsovereenkomst, is dit bedrag aftrekbaar van de bijtelling.
Betaalt de werknemer voor extra accessoires rechtstreeks een bedrag aan de dealer in plaats van aan de werkgever, dan is het betaalde bedrag aan de dealer niet aftrekbaar als eigen bijdrage van de bijtelling. Uitsluitend betalingen aan de werkgever zijn aftrekbaar. Wel is de vergoeding voor deze extra's aftrekbaar als deze wordt opgenomen in een (vaste) bijdrage voor privé-gebruik, die door de werkgever op de loonstrook van de werknemer wordt ingehouden.
De bijtelling is een percentage van de cataloguswaarde van de auto. Het percentage is afhankelijk van het aantal gereden privé-kilometers en de CO2-uitstoot. De tabel voor het percentage bijtelling in 2009 is:
| Privé-gebruik per jaar meer dan | Maar niet meer dan | Bijtelling in percentage van de cataloguswaarde |
| 0 km | 500 km | 0 % |
| 500 km (CO2-uitstoot niet meer dan 95 gr/km resp. 110 gr/km) | - | 14 % |
| 500 km (CO2-uitstoot niet meer dan 116 gr/km resp. 140 gr/km) | - | 20 % |
| 500 km (overige auto's) | - | 25 % |
De bijtelling voor het privé-gebruik van een auto van de zaak (personen- of bestelauto) kan worden voorkomen door op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé te rijden. Dit kan worden aangetoond door een sluitende kilometeradministratie.
In een rittenadministratie moeten per rit de volgende gegevens worden bijgehouden: datum, begin- en eindstand van de kilometerteller, plaats van vertrek, plaats van de bestemming, vermelding van de aard van de rit (zakelijk of privé) en de gereden route als van de gebruikelijke route wordt afgeweken. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen bij wegafsluitingen, omleidingen, files e.d.
Als de werknemer bij de belastingdienst een zogenaamde "verklaring geen privé-gebruik" aanvraagt, kan de werkgever op basis van die verklaring in principe zonder risico's op naheffing en boetes de bijtelling achterwege laten. De belastingdienst controleert de sluitende kilometeradministratie dan bij de werknemer zelf en legt eventuele naheffingen rechtstreeks aan de berijder op.
Ook in de volgende situaties is de bijtelling niet van toepassing:
De cataloguswaarde van de auto is bepalend voor de bijtelling. Voor een personenauto is de cataloguswaarde de nieuwprijs van de auto inclusief BPM en BTW. Ook voor bestelauto's die te naam zijn gesteld op of na 1 juli 2005, geldt de nieuwprijs inclusief BPM en BTW. Uitsluitend voor bestelauto's die vóór 1 juli 2005 te naam zijn gesteld geldt de nieuwprijs inclusief BTW en exclusief BPM.
Voor de bijtelling van oldtimers is de werkelijke waarde van de auto van belang en niet de cataloguswaarde. Oldtimers in de zin van deze regeling zijn auto's van 15 jaar of ouder. De grens van 15 jaar wordt per 1 januari 2010 verhoogd naar 25 jaar.
Bij auto's met een tenaamstelling vóór 1 juli 2006 tellen accessoires ook mee voor de bijtelling als deze in de prijslijst van de importeur of fabrikant voorkomen én zijn ingebouwd vóór de dag van toekenning van het kenteken.
Voor auto's met een tenaamstelling vanaf 1 juli 2006 geldt dat de bijtelling wordt berekend over de waarde zoals die ook voor de BPM-berekening geldt: de catalogusprijs inclusief de af-fabriek gemonteerde opties. Bij de dealer aangebrachte accessoires tellen niet langer mee voor de bijtelling.
Als de auto het hele jaar ter beschikking staat, maar uitsluitend in de vakantieperiode (stel de hele maand juli) privé wordt gereden (stel: 2.000 kilometer) en in de overige maanden 0 kilometer, dan wordt desondanks het hele jaar bijtelling berekend over de waarde van de auto. Er vindt geen tijdsevenredige vermindering tot bijvoorbeeld 1/12 plaats.
Ook al gaat een werknemer een aantal weken met het vliegtuig op vakantie of is hij gedurende een aantal weken ziek, dan krijgt de werknemer over die periode toch de bijtelling voor de auto van de zaak. Het is niet van belang of de werknemer in die periode daadwerkelijk gebruik maakt van de auto. De auto staat de werknemer immers wel ter beschikking.
Bijtelling over periodes waarin de auto daadwerkelijk niet gebruikt wordt, kan alleen voorkomen worden als gedurende die periodes op verzoek van de werkgever de auto ingeleverd dient te worden.
Chauffeurs van bestelauto's met veel ritten op één dag kunnen gebruik gaan maken van een vereenvoudigde rittenadministratie. Met deze vereenvoudigde rittenregistratie kan alleen worden volstaan, indien de werkgever met de werknemer heeft afgesproken dat:
Iedereen die een auto ter beschikking gesteld heeft gekregen van de werkgever, krijgt in principe een bijtelling bij het inkomen. Hierbij maakt het niet uit of de werkgever de auto zelf heeft gekocht of dat de werkgever de auto heeft geleast van een leasemaatschappij.
De bijtelling wordt bij werknemers tot het belaste loon gerekend. Hierover wordt door de werkgever loonbelasting ingehouden. Deze loonbelasting is een voorheffing voor de inkomstenbelasting.
Ook ondernemers krijgen een bijtelling voor het privé-gebruik van de auto als de auto tot het vermogen van de onderneming behoort of door de onderneming geleast wordt.
De bijtelling geldt voor personenauto's en bestelauto's met uitzondering van de bestelauto die door aard en inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor vervoer van goederen. Ook voor vrachtauto's en motorfietsen kan de werknemer een bijtelling krijgen. De bijtelling is dan echter geen vast percentage.
Bij de berekening van de BTW bij leasing wordt allereerst beoordeeld of het leasecontract voor de BTW een (eenmalige) levering is of een (terugkerende) dienst. Over een levering is bij aanvang van het contract BTW verschuldigd over het totaal van de leasetermijnen en de eventuele optieprijs, verminderd met dat deel van de leasetermijn dat de vergoeding is voor de kredietverstrekking (dat is dus de rente). In vrijwel alle gevallen is bij financial lease sprake van een levering. Voordeel van het aanmerken als levering is dat u meteen ook al de BTW terugkrijgt over het hele contract. Dit BTW-bedrag kan vaak worden gebruikt als eerste aanbetaling. De andere variant is een dienst. Dit is vrijwel altijd het geval bij operationele leasing. De afzonderlijke leasetermijnen zijn dan belast met BTW.
De fiscus keurt goed dat de BPM en de MRB bij de berekening van de BTW buiten beschouwing blijven, zodat u geen 'belasting over belasting' betaalt. Dit is vooral van belang als u als ondernemer de BTW niet kunt terugkrijgen omdat u voor uw eigen activiteiten een BTW-vrijstelling kunt toepassen.
Als de ondernemer zelf BTW-belaste activiteiten verricht, mag hij in eerste instantie alle BTW op facturen voor de lease, aanschaf en het gebruik van de auto volledig aftrekken. In de laatste aangifte van het jaar moet echter een correctie plaatsvinden. De BTW is namelijk een zakelijke belasting, zodat BTW-aftrek alleen mogelijk is voor zakelijk gebruik en niet voor privé-gebruik.
Voor de auto van de ondernemer zelf geldt de regeling dat in de loop van het jaar alle BTW afgetrokken mag worden. Vervolgens wordt aan het einde van het jaar een correctie op die afgetrokken BTW aangebracht ter grootte van 12% van de bijtelling van de auto. Doorgaans dus 12% van 25% van de prijs. Voor auto's die ter beschikking zijn gesteld aan werknemers geldt in principe dat de BTW moet worden gesplitst op basis van het werkelijke gebruik van de auto. Omdat vaak geen kilometeradministratie wordt bijgehouden, mag ook worden volstaan met een correctie voor het privé-gebruik van 12% van 25% van de cataloguswaarde, oftewel 12% van de bijtelling. Rijdt een werknemer uitsluitend woon-werkritten en zakelijke ritten en dus geen 'echte' privé-kilometers, dan bedraagt de BTW-correctie 12% over 10% van de catalogusprijs.
Voor de auto van de ondernemers zelf waarvoor in de inkomstenbelasting een bijtelling geldt van 14% of 20%, mag ook de 12%-correctie van de BTW berekend wordt over dit lagere bijtellingspercentage. De letterlijke tekst van de regelgeving hierover voor (lease)auto's van werknemers is echter nog niet aangepast aan de nieuwe bijtellingsdifferentiatie, maar het lijkt ons verdedigbaar dat dit ook voor hun auto's van de zaak geldt. Dit mede omdat de website van de belastingdienst dit al wel vermeldt.
Nieuwe auto's zijn voorzien van een energielabel dat de relatieve zuinigheid van de auto aangeeft. Op basis van dat energielabel geldt een korting (bonus) of een toeslag (malus) op het BPM-bedrag volgens onderstaande tabel. Relatief zuinige auto's, dat wil zeggen zuinig ten opzichte van andere auto's in deze klasse, krijgen een korting. Relatief onzuinige auto's krijgen een toeslag op de BPM.
| Bonus/malus op de BPM (per auto) | Zuinigheidsklasse (energielabel) | ||||||
| A | B | C | D | E | F | G | |
| Hybride | - € 6400 | - € 3200 | X | € 400 | € 800 | € 1200 | € 1600 |
| niet-hybride | - € 1400 | - € 700 | X | € 400 | € 800 | € 1200 | € 1600 |
Vanaf 1 januari 2008 profiteren ook auto's met een af-fabriek geleverde aardgas- en LPG-installatie van een gunstiger energielabel op basis van die brandstoffen, zodat deze auto's ook van de BPM-bonus gebruik kunnen maken.
Vanaf 2010 wordt de grondslag voor de berekening van de BPM gewijzigd en wordt deze stapsgewijs omgezet in een CO2-heffing. Vanaf 2010 is er daarom geen reden meer voor een afzonderlijke bonus of malus, zodat bovenstaande regeling op basis van het energielabel per 2010 vervalt.
Bij aanschaf van een nieuwe bestelauto wordt sinds 2007 door de dealer geen BPM meer gefactureerd. Dit heeft te maken met de per 2007 ingevoerde BPM-vrijstelling voor bestelauto's die worden geregistreerd op naam van een ondernemer. Wel moet voor deze vrijstelling voldaan worden aan de eis dat de auto wordt geregistreerd op naam van een ondernemer die ook als zodanig is geregistreerd voor de BTW en moet de auto voor ten minste 10% voor zakelijke doeleinden worden gebruikt.
Ook op geleaste bestelauto's geldt de BPM-vrijstelling. Voor bestelauto's in de verhuur of short-lease geldt de vrijstelling ongeacht wie de feitelijke gebruiker is als de contractsduur niet langer is dan vier weken. Voor langer lopende contracten moet de leasemaatschappij kunnen aantonen dat de lessee (de leasenemer) een ondernemer is die zelf ook de BPM-vrijstelling zou krijgen als hij de bestelauto gekocht zou hebben. Als leasemaatschappij hebben wij daarvoor ondermeer een zogenaamde "ondernemersverklaring" van u als lessee nodig.
Voor de BPM-vrijstelling op een bestelauto moet gedurende een periode van 5 jaar na aanschaf van de bestelauto aan de eisen van BTW-ondernemerschap en zakelijk gebruik worden voldaan. Mocht dat in de loop van het leasecontract wijzigen, dan is het belangrijk dat u ons tijdig daarover informeert.
Het BPM-tarief vanaf 1 januari 2009 kan uit onderstaande tabel worden afgelezen.
| Omschrijving motorrijtuig | BPM is totaal van | |
| Personenauto / bestelauto | percentage | vermeerderd/verminderd met |
| - met waterstofmotor | 0 % | 0 |
| - met elektromotor uitsluitend met batterij/brandstofcel | 0 % | 0 |
| - met dieselmotor (CO2-uitstoot = 95 gram/km) | 0 % | 0 |
| - met dieselmotor (CO2-uitstoot > 95 gram/km) | 40,0 % | + 366 |
| - met overige motoren (CO2-uitstoot > 110 gram/km) | 0 % | 0 |
| - met overige motoren (CO2-uitstoot > 110 gram/km) | 40,0 % | - 1.288 |
Het uiteindelijke BPM-bedrag wordt naast dit tarief nog beínvloed door de eventuele bonus of malus op basis van het energielabel, een eventuele korting voor af-fabriekroetfilter en de CO2-differentiatie ("slurptax').
Zoals uit de tabel reeds blijkt, zijn auto's die voor de bijtelling in de 14%-categorie vallen, vanaf 2009 geheel vrijgesteld van BPM.
Voor personenauto's met dieselmotor was per 1 april 2008 de roetfilterkorting van € 600 omgezet in een BPM-differentiatie op basis van de uitstoot van fijnstof. Vanaf 5 mg/km werd er een BPM-toeslag ("roettax") geheven, die kon oplopen tot € 4.100. Inmiddels is door de rechter uitgesproken dat deze heffing niet in lijn is met de Europese regelgeving. Om die reden is de regeling weer teruggebracht tot uitsluitend een korting als de auto een lage fijnstofuitstoot heeft.
In 2009 en 2010 geldt er een BPM-korting als de auto met dieselmotor een uitstoot van fijnstof heeft van niet meer dan 5 mg/km. In de praktijk zal de auto hiervoor moeten zijn voorzien van een roetfilter.
De korting bedraagt:
In 2009: € 600
In 2010: € 300
De BPM-toeslag ( "roettax") bij het ontbreken van een roetfilter is inmiddels weer vervallen. Voor bestelauto's van ondernemers en taxi's geldt, evenals voor de achteraf-montage van een roetfilter, een afzonderlijke subsidieregeling van € 400 per auto. Een BPM-korting heeft gezien vrijstelling of teruggaaf bij deze auto's immers geen effect.
Vanaf 1 februari 2008 is de BPM op de meest onzuinige auto's verhoogd met een toeslag voor elke gram CO2-uitstoot per kilometer voor zover dat uitgaat boven onderstaande normen. In de wandelgangen is deze extra heffing inmiddels ook wel bekend als de "slurptax". De normbedragen zijn per 1 januari 2009 aangescherpt, onder meer om een budgettair gat te dekken dat ontstaan is door het wegvallen van de BPM-toeslag op auto's zonder roetfilter (de zogenaamde "roettax"). In 2009 wordt een slurptax geheven van € 125 voor elke gram/km aan CO2-uitstoot boven bepaalde normen. Deze normen bedragen voor 2009:
Dieselauto's: 170 gram/km
Overige auto's: 205 gram/km
Vanaf 2010 wordt de gehele grondslag van de BPM in vier jaarlijkse stappen omgebouwd naar een BPM-heffing die volledig op basis van CO2-uitstoot plaatsvindt. Daarbij vervallen de bonus/malus op basis van het energielabel en de zogenaamde "slurptax". Deze ombouw heeft een heel duidelijke "vergroenings"-achtergrond. Tevens wordt daarbij het bezwaar van de huidige bonus/malus-regeling weggenomen dat de bonus/malus een "relatief" karakter heeft en dus afhankelijk is van andere auto's van vergelijkbare grootte. De nieuwe CO2-heffing wordt namelijk geheven op basis van de absolute CO2-uitstoot van een auto. Daarbij wordt verschil gemaakt in dieselauto's en overige auto's.
De taxiregeling houdt in dat de BPM op auto's die voor 90% of meer gebruikt worden voor taxiritten, in één keer wordt teruggegeven als aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. De teruggave is een voorwaardelijke teruggave die jaarlijks voor 1/3 definitief wordt als aangetoond is dat aan de voorwaarden is voldaan en als de auto daadwerkelijk voor 90% of meer voor taxiritten is gebruikt.
De teruggave op grond van de taxiregeling wordt verleend aan degene op wiens naam het kenteken is geregistreerd. Bij leasing zal dat meestal niet de taxi-ondernemer zijn. Als in zo'n geval aan de overige voorwaarden wordt voldaan, kan de taxi-ondernemer desondanks de BPM terugvragen. Bij het verzoek om teruggave dient hij dan een kopie van het leasecontract te voegen. Als leasemaatschappij dienen wij ook instemmen met teruggave van de BPM aan het taxibedrijf. Een verklaring daarover moet bij het verzoek gevoegd worden.
BPM staat voluit voor Belasting van personenauto's en motorrijwielen. Het betreft een belasting op het gebruik van het Nederlandse wegennet met een personenauto of motor door een in Nederland wonende persoon of in Nederland gevestigd lichaam.
BPM wordt geheven op personenauto's en vanaf 1 juli 2005 ook op bestelauto's, waarbij bestelauto's van ondernemers een vrijstelling hebben. Volgens de definitie in de wet is een personenauto een motorrijtuig op drie of meer wielen, met uitzondering van autobussen, bestelauto's en vrachtauto's. Een bestelauto dient voor de BPM aan bepaalde inrichtingseisen te voldoen. Er moet bij alle bestelauto's een vaste, vlakke laadvloer aanwezig zijn over de hele lengte en breedte van de laadruimte. In die laadruimte mogen geen zitplaatsen aanwezig zijn. Vervolgens worden er per soort bestelauto nog specifieke voorwaarden gesteld.
Het moment van heffing is de registratie van een personenauto of motor in het kentekenregister of het moment waarop voor het eerst gebruik wordt gemaakt van de Nederlandse weg met een auto met buitenlands kenteken.
Er wordt inmiddels gewerkt aan plannen om de BPM om te zetten in een kilometerheffing. Gedacht wordt aan geleidelijke invoering daarvan voor personenauto's en bestelauto's vanaf 2013. In aanloop daar naar toe wordt sinds 2008 het tarief van de BPM stapsgewijs omgezet in MRB. De MRB zal dan op termijn plaatsmaken voor de kilometerheffing.
Er geldt vanaf 1 april 2009 een bijzonder tarief ter grootte van een kwart van het normale tarief. In deze categorie vallen de zeer zuinige auto's, dat wil zeggen dieselauto's met een CO2-uitstoot die niet groter is dan 95 gram/km en auto's met overige motoren indien de CO2-uitstoot niet groter is dan 110 gram/km.
Voor een auto die voldoet aan de inrichtingseisen voor bestelauto's (zie het onderdeel BPM), geldt een bijzonder bestelautotarief. Bij het bestelautotarief geldt een onderscheid tussen ondernemers en particulieren. Ondernemers hebben een verlaagd tarief. Voor particuliere gebruikers van een bestelauto verschilt het bestelautotarief alleen nog maar van het personenautotarief op het punt van de provinciale opcenten. Voor een auto met grijs kenteken die niet aan de inrichtingseisen voldoet, betaalt u het normale personenautotarief.
De motorrijtuigenbelasting (MRB) is een belasting op het 'houden' van een personen-, bestel- of vrachtauto of een motor. De MRB wordt daarom ook wel houderschapsbelasting genoemd. De MRB wordt geheven vanaf het moment dat er een kenteken op uw naam staat. Of u met uw auto wel of niet feitelijk gebruik maakt van de weg is daarbij niet van belang. Wel bestaat de mogelijkheid de auto te 'schorsen' als u de auto langdurig niet gebruikt.

Het programma van Volvo bestond vroeger slechts uit de 140, de verre voorganger van de Volvo S80.
Wilt u persoonlijk contact?
Vul uw gegevens in en wij bellen u zo spoedig mogelijk!
Algemene Lease Maatschappij Autoplanning B.V. © Copyright 2003-2009 | Cartel
