- Home
- Leaseofferte
- Producten
- Klantenservice
- Actueel
- Over ons
- Contact
Actueel
Fiscaal nieuws
Nadat Staatssecretaris Weekers onlangs tot een akkoord kwam met de oldtimeralliantie over het verhogen van de leeftijdsgrens van de MRB-vrijstelling, was op 14 mei 2013 de Tweede Kamer aan zet.
Op basis van het akkoord met de oldtimeralliantie, met daarin onder meer KNAC, ANWB en de BOVAG, gaat de leeftijdsgrens van de MRB-vrijstelling naar 40 jaar. Voor benzineauto’s tussen de 26 en 40 jaar gaat een overgangsregeling gelden. Voorwaarde is dan wel dat die auto’s in de winter niet gebruikt worden.
In de Tweede Kamer is naar aanleiding van dit akkoord een tweetal moties voorgesteld. Dit betreft het instellen van een zelfde overgangsregeling voor oldtimers op LPG en diesel. Deze moties zijn echter door de Tweede Kamer verworpen, zodat de regeling zoals die er nu ligt in het Belastingplan 2014 uitgewerkt zal worden.
De BPM-wet kent een keuzeregeling bij invoer. Na het doen van de aangifte is het maken van een andere keuze niet mogelijk. Dat besliste Rechtbank Den Haag onlangs.
De BPM is Europees gezien een lastige regeling omdat het in de basis slechts een binnenlandse belasting is. Bij in- en uitvoer moeten daarom concurrentienadelen worden uitgesloten. Europa dwingt op deze manier bij uitvoer tot een BPM-teruggaaf, en bij invoer tot een BPM-heffing die niet hoger is dan de BPM op vergelijkbare auto’s die al op de Nederlandse markt zijn.
Bij invoer wordt daarom de keuze geboden tussen een aangifte op basis van taxatie of koerslijst óf het gebruik van de forfaitaire afschrijvingstabel.
Bij de Rechtbank in Den Haag is recent geprocedeerd over de vraag of iemand die bij de aangifte de tabel heeft toegepast, later (via een bezwaarschrift) alsnog kan kiezen voor gebruik van een koerslijst.
Rechtbank Den Haag oordeelde dat dit niet mogelijk is. De wet eist namelijk een keuze bij de aangifte. De achtergrond daarvan is vooral de bewijspositie van de fiscus. Anders dan bij een taxatie is het bij gebruik van een koerslijst niet problematisch dat de auto inmiddels buiten het zicht van de fiscus kan zijn geraakt door ingebruikname van de auto. De wet maakt voor die situatie echter geen uitzondering.
In de bijtelling geldt een interessante uitzonderingsregeling voor bestelauto’s. Een nieuwe uitspraak van de belastingrechter laat zien dat ook een grote bakauto zonder specifieke inrichting onder deze uitzondering kan vallen.
De uitzonderingsregeling geldt volgens de wet voor de bestelauto “die door aard of inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt blijkt te zijn voor vervoer van goederen”. Die definitie is in de wet niet verder gespecificeerd. In eerste instantie werd vooral gedacht aan de bestelauto’s met één stoel. Uitspraken van belastingrechters tonen echter aan dat de regeling veel ruimer toegepast kan worden.
Uit deze uitspraken kan de conclusie getrokken worden dat bestelauto’s voor specifieke doeleinden nogal eens van de uitzonderingsregeling gebruik kunnen maken, ook al beschikken zij over een bijrijderszitplaats. Wel moet er dan sprake zijn van beperkingen aan het privégebruik door de specifieke inrichting of door de maatvoering van de bestelauto, of doordat de bestelauto door de aard van de werkzaamheden vies en stoffig is. Ook contractuele voorwaarden die gebruik van de bijrijderszitplaats verbieden kunnen bijdragen aan het bewijs dat het een van de bijtellingsregeling uitgezonderde bestelauto betreft. Dat bleek bijvoorbeeld uit een zaak over een pechhulpauto.
Aan deze zaken is nu een nieuwe zaak toegevoegd, waarin de rechter oordeelde dat deze bestelauto niet onder de bijtelling viel (wat concreet betekent dat er ook geen tegenbewijs voor de bekende 500 kilometergrens geleverd hoeft te worden).
De bestelauto in kwestie betrof een zogenoemde bakauto, met een gesloten vierhoekige opbouw achter de bestuurderscabine. Die cabine heeft twee zitplaatsen. Deze bestelauto wordt gebruikt voor het verhuizen van inboedels. De laadbak heeft geen stellingen of andere inbouw en is aan de zijkanten voorzien van sjorbanden. De bestelauto heeft een lengte van 5,90 meter (waarvan 3,60 meter laadbak), een breedte van 2,00 meter en een hoogte van 3,00 meter. Door de “uiterlijke verschijningsvorm” en de afmetingen was daarom naar het oordeel van de rechter ook op deze bestelauto de uitzonderingsregeling van toepassing.
Staatssecretaris Frans Weekers van Financiën heeft alsnog een akkoord bereikt met de oldtimerbranche. Kern van de regeling is de verhoging van de leeftijdsgrens van de MRB-vrijstelling voor oldtimers naar 40 jaar.
Er geldt vanaf 1 januari 2014 een vrijstelling van motorrijtuigenbelasting (MRB) voor alle motorrijtuigen van 40 jaar en ouder. Het betreft benzine-, diesel- en LPG-oldtimers, motorfietsen, bussen, vrachtauto’s en kampeerauto’s.
Daarnaast komt er een goede overgangsregeling voor personen- en bestelauto’s die rijden op benzine, motorfietsen, bussen en vrachtauto’s die op 1 januari 2014 ouder zijn dan 26 jaar maar nog geen 40 jaar zijn. Deze voertuigen komen in aanmerking voor een kwarttarief van de MRB met een maximum van € 120 per jaar (€ 30 per kwartaal) mits er in de maanden december, januari en februari niet van de openbare weg gebruik wordt gemaakt.
Voor dieselauto’s en auto’s met een ingebouwde LPG-installatie geldt geen overgangsregeling. Dat betekent dat voor deze personen- en bestelauto’s, jonger dan 40 jaar, het volle MRB-tarief betaald moet worden. Dat is inclusief een brandstoftoeslag. Als auto’s met ingebouwde LPG-installatie in originele staat worden hersteld, kan voor deze auto’s alsnog de overgangsregeling voor benzineauto’s van toepassing worden.
Uitgangspunt bij de overgangsregeling is dat het dagelijks gebruik van oldtimers zoveel mogelijk wordt voorkomen. Dit wordt concreet ingevuld door de beperking dat er met het motorrijtuig geen gebruik mag worden gemaakt van de openbare weg gedurende de maanden december, januari en februari. Als het kwarttarief van toepassing is en er toch gereden wordt in die wintermaanden, geldt een hoge verzuimboete. Het overgangsregime loopt af in het jaar 2028, zodra de jaargang 1987 40 jaar is.
Hiernaast blijft het mogelijk de auto te schorsen. Wel geldt het kwarttarief MRB voor minimaal één kalenderjaar zodat niet de mogelijkheid bestaat om binnen één kalenderjaar gebruik te maken van zowel de schorsingsregeling als het kwarttarief.
Deze nieuwe regeling zal in het Belastingplan 2014 worden verwerkt, dat in het najaar in de Tweede en Eerste Kamer zal worden behandeld.
Door het Sociaal Akkoord dat deze week in de Tweede Kamer wordt besproken, is de begin maart door staatssecretaris Weekers aangekondigde versnelde afschrijvingsmogelijkheid voor investeringen in 2013 op losse schroeven komen te staan.
Een van de onderdelen van het Sociaal Akkoord, dat overigens op dit moment nog niet definitief is, is dat het op 1 maart 2013 aangekondigde nieuwe bezuinigingspakket komt te vervallen. Dit pakket bevat echter niet alleen bezuinigingsmaatregelen, maar ook compenserende regelingen voor ondernemers, waaronder een terugkeer van de willekeurige afschrijving voor bedrijfsmiddelen.
Deze maatregel ter bestrijding van de crisis was ook van kracht tot en met 2011 en zou nu per 2013 terugkeren. Als het Sociaal Akkoord definitief doorgang vindt, lijkt deze regeling echter alsnog van de baan.
Deze willekeurige afschrijvingsregeling voor bedrijfsmiddelen staat overigens los van een vergelijkbare regeling voor milieuvriendelijke investeringen, de zogenaamde VAMIL-afschrijving. Op grond van die regeling is versnelde afschrijving wel mogelijk voor onder andere investeringen in auto's met een CO2-uitstoot tot 50 gram/km.
Nadat het kabinet in het regeerakkoord een volledige afschaffing van de MRB-vrijstelling voor oldtimers had opgenomen, heeft de Tweede Kamer aangegeven het ‘rijdend cultureel erfgoed’ te willen ontzien. Nu het overleg van staatssecretaris en branche is mislukt, legt Weekers de definitieve beslissing hierover bij de Tweede Kamer.
Staatssecretaris Frans Weekers schrijft hierover in een brief aan de Tweede Kamer: “het stranden van het overleg heeft tot gevolg dat de voorgenomen volledige afschaffing van de vrijstelling, zoals aangekondigd in het Regeerakkoord, zal worden uitgewerkt in het Belastingplan 2014. Het kabinet laat het aan de Kamer over deze afschaffing af te wegen tegen de besproken alternatieven met de oldtimerbranche, waarbij de Kamer zich ervan bewust moet zijn dat de alternatieven ook moeten worden voorzien van budgettaire dekking”.
Wat Weekers betreft, ligt alleen het verhogen van de leeftijdsgrens voor dieselauto’s naar 40 jaar niet voor de hand. Wel zou eventueel gedacht kunnen worden aan verhoging van die leeftijdgrens in combinatie met een kwarttarief van de MRB of aan het verhogen van de leeftijdsgrens voor àlle oldtimers naar 40 jaar. Ook oppert Weekers de mogelijkheid van een 30-dagenkaart voor oldtimers vanaf 30 jaar, al geeft hij wel aan dat dit onder meer extra toezichtskosten met zich meebrengt.
De staatssecretaris gaat op korte termijn met de Tweede Kamer in overleg, zodat de nieuwe regeling per 2014 in kan gaan.
In principe kan een ondernemer alle btw op de aanschaf en de kosten van een zakelijke auto in aftrek brengen. Voor het privégebruik moet vervolgens jaarlijks een correctie worden gemaakt. Die correctie is echter nogal omstreden. Het arrest van de Hoge Raad van 12 april 2013 geeft nu duidelijkheid.
Tot 1 juli 2011 gold een btw-correctie voor privégebruik die gekoppeld was aan de bijtellingspercentages van de loon- en inkomstenbelasting en daarmee aan de CO2-uitstoot. Die koppeling is door Rechtbank Haarlem en Gerechtshof Amsterdam in strijd met het gelijkheidsbeginsel verklaard. Vanaf 1 juli 2011 geldt daarom een nieuwe systematiek. Voor de periode tot 1 juli 2011 is nu tot aan de Hoge Raad geprocedeerd over de vraag of de strijdigheid met het gelijkheidsbeginsel betekent dat ook auto’s met een zodanige CO2-uitstoot dat zij in de 20%- en 25%-categorie van de bijtelling vallen, voor de btw-correctie kunnen profiteren van het 14% bijtellingstarief.
De Hoge Raad overwoog allereerst dat het op grond van de wet en de Europese btw-richtlijn niet toegestaan is de btw-correctie voor privégebruik voor sommige auto’s te verlagen op grond van hun relatief lage CO2- uitstoot. Voor die ongelijke behandeling van gelijke gevallen bestond volgens de Hoge Raad ook geen redelijke rechtvaardiging.
Maar als die te gunstige fiscale behandeling vervolgens wordt uitgebreid tot auto's met een hogere CO2-uitstoot, leidt dat volgens de Hoge Raad tot een nog omvangrijker inbreuk op de btw-regelgeving. Dat zou bovendien in strijd zijn met de milieudoelstellingen daarvan. Zo ver gaat het gelijkheidsbeginsel volgens de Hoge Raad niet. Wel moet de “ongeoorloofde begunstiging van de bevoordeelde groep” worden gestaakt. Dat is inmiddels ook gebeurd per 1 juli 2011.
Overigens is ook over die nieuwe wetgeving voor de berekening van de btw-heffing over het privégebruik van de auto van de zaak op dit moment een aantal proefprocedures aanhangig. In afwachting daarvan is het raadzaam om eventuele bezwaren aan te houden totdat ook in die procedures is beslist.
Voor ondernemers geldt de regel dat de bijtelling voor hun auto van de zaak niet meer bedraagt dan de werkelijke autokosten. Maar wat is het effect van de versnelde afschrijving?
Versnelde afschrijving - of in jargon: willekeurige afschrijving – kan zich op diverse manieren voordoen. Zo geldt de mogelijkheid van willekeurige afschrijving voor auto’s op de VAMIL-lijst. In 2013 betreft dat vooral de auto’s tot 50 gram/km CO2-uitstoot, maar vorig jaar stonden daar ook de zeer zuinige auto’s in de 14%-bijtellingsschijf nog op. Ook was er tot en met 2011 de mogelijkheid om versneld af te schrijven op nieuwe bestelauto’s en zeer zuinige personenauto’s. Als met een van deze regelingen de afschrijving versneld is, heeft dat tot een liquiditeits- en rentevoordeel geleid.
In latere jaren is er dan vanzelfsprekend een lagere afschrijving. De vraag is vervolgens of dat in die latere jaren dan ook tot een lagere bijtelling zal leiden door de maximering van de bijtelling voor ondernemers. Door de hoogte van het bijtellingspercentage is dat vooral van belang voor de bijtelling op bestelauto’s. Op basis van eerdere uitspraken van belastingrechters zou aan dit effect getwijfeld kunnen worden. AMD automotive fiscalisten heeft echter van de belastingdienst bevestigd gekregen dat voor de maximering van de bijtelling op de werkelijke kosten alleen gekeken hoeft te worden naar de daadwerkelijke afschrijving in een bepaald jaar. De willekeurige afschrijving kan daardoor ook doorwerken in een lagere bijtelling!

Het programma van Volvo bestond vroeger slechts uit de 140, de verre voorganger van de Volvo S80.
Wilt u persoonlijk contact?
Vul uw gegevens in en wij bellen u zo spoedig mogelijk!